“Fijn om even op adem te kunnen komen”

 

Hij zorgt voor haar. Elke dag opnieuw. En elke dag een beetje intensiever. John is mantelzorger van zijn vrouw Carla, bij wie vier jaar geleden dementie werd vastgesteld. De ziekte veranderde hun leven compleet. Zij kan steeds minder, hij leeft haar leven. Initiatieven zoals De Week van de Dementie juichen ze toe. En ze zijn erg blij met vrijwilligster Cora van Stand-by-Duurstede.

In eerste instantie merk je niets aan Carla, als ze gewoon in haar stoel zit. Toch heeft ze posterieure corticale atrofie (PCA), een zeldzame vorm van dementie. Kenmerkend voor PCA is dat niet het geheugen, maar eerst de visuele waarnemingen worden aangetast. Vervolgens breidt de schade zich uit naar het deel waar het geheugen zit. Een onomkeerbaar proces.

Veters strikken
John is inmiddels fulltime mantelzorger voor Carla, die steeds meer hulp nodig heeft. Veters strikken, aan- en uitkleden, de tv bedienen, naar het toilet gaan, het lukt allemaal niet meer alleen, vertelt hij. “Inmiddels ben ik haar personal assistent. Ik leef haar leven. Die 24/7-zorg vind ik vanzelfsprekend. We hebben ruim 40 jaar geleden voor elkaar gekozen, in voor- en tegenspoed.”

Wereld van verschil
Het betekent voor John wel een enorme ommezwaai. “Een wereld van verschil. Ik heb altijd in management- en buitendienstfuncties in de Benelux en Duitsland gewerkt, maakte lange dagen. Nu is mijn wereld een stuk kleiner en is het speelveld voornamelijk Wijk bij Duurstede.”

Armoedeval
In het begin van Carla’s ziekte nam John vrij of kreeg zorgverlof om met haar mee te gaan naar artsen, maar na verloop van tijd werd de ziekte naar zijn gevoel de onderliggende reden van zijn ontslag. “Uit onderzoek blijkt dat dit bij de helft van alle mensen gebeurt die voor hun (vroeg-)dementerende partner zorgen. Het betekent voor ons een armoedeval, bovenop de ziekte, de zorg en de papieren rompslomp.”

Op adem komen
Om te zorgen dat mantelzorgers af en toe op adem kunnen komen, biedt Stand-by-Duurstede vervangende hulp. Vrijwilligers zoals Cora, die een middag per week John vervangt. Werk dat veel voldoening geeft, vertelt ze. “Ik wilde graag iets voor de samenleving doen. Dag in dag uit aanwezig zijn, alert zijn en zorgen is heel intensief. Mantelzorgers komen vaak in een sociaal isolement terecht of raken overbelast. Door onze hulp houden ze het langer vol. John kan dan weer eens lekker fietsen of rustig de administratie in orde maken. En als ik met Carla ga wandelen en ik zie haar genieten, dan denk ik: ‘daar doe ik het voor!’.”

Voorlezen
Carla is blij met haar twee vaste verzorgenden, voelt zich veilig met hen in de buurt. “Ze betekenen heel veel voor mij. Ze helpen mij met alles wat ik niet meer zelf kan. Zoals lezen, dat deed ik altijd zo graag. Van luisterboeken val ik in slaap, maar Cora kan zo prachtig voorlezen. Met allerlei stemmetjes. We lachen samen heel wat af.”

Dementievriendelijke gemeente
Het streven van de gemeente om er alles aan te doen om het leven van dementerenden zo aangenaam mogelijk te maken, juichen de drie toe. Vooral de keitjes in de binnenstad, waarover een zware rolstoel nauwelijks voort te duwen is, zijn nog een doorn in het oog. Dat geldt ook voor reclameborden, fietsen en auto’s die soms het hele trottoir versperren.

Inwoners kunnen ook zelf hulp bieden. Door contact te leggen, te luisteren en vooral begrip en geduld te tonen. John: “Mensen begrijpen vaak niet dat iemand met (beginnende) dementie wat meer moeite heeft met alledaagse dingen zoals betalen. Begrijpelijk maar frustrerend. We zullen met de verwachte explosieve groei van het aantal mensen met dementie er toch aan moeten wennen.”

Kijk voor meer informatie op https://www.wijkbijduurstede.nl/nieuws/week-van-de-dementie-van-17-t-m-25-september.html

Meer vrijwilligers welkom
Met de toename van het aantal mantelzorgers neemt ook de vraag naar mantelzorgondersteuners toe. Ook vrijwilliger worden bij Stand-by-Duurstede? Mail naar info@stichting-binding.nl

Pedagoog Merel Obermeijer en kinder- en jeugdtherapeut Leontien Braakman:

“Slaapproblemen bij kinderen? Daarvoor mag je ons wakker maken”

 

Slaapproblemen bij kinderen en jongeren. Voor het thema van de meest recente bijeenkomst van het netwerk ‘Gezond opgroeien en opvoeden in Oog in Al’ (GOO) kun je pedagoog en slaapcoach Merel Obermeijer en kinder- en jeugdtherapeut Leontien Braakman altijd wakker maken. Samen met de kinderen en hun ouders gaan zij op zoek naar de echte oorzaken van de slapeloze nachten. “Vaak is het probleem in een paar gesprekken opgelost.”

Het GOO-netwerk bestaat uit tal van professionals op het gebied van jeugd. Met één doel voor ogen: elkaar zo vroeg, snel en laagdrempelig mogelijk weten te vinden, vertelt Merel. “Het is belangrijk om elkaar te kennen, te weten wat de ander te bieden heeft. Ons ideaalbeeld? Gezinnen de beste ondersteuning bieden.”

Het succesvolle netwerk groeit organisch en wil in de toekomst ook vaker de vorming van subgroepjes stimuleren. Om bijvoorbeeld ouders te ondersteunen zelf een opvoed- en opgroeicafé te organiseren.

Slaapproblemen
Slaapproblemen stonden centraal bij de meest recente thema-avond. Een belangrijk en veelvoorkomend probleem. Merel: “De helft van alle ouders geeft aan weleens met slaapproblemen van hun kind te hebben geworsteld. Onder de vijf jaar heeft een op de vier kinderen een slaapprobleem. Problemen die een grote impact hebben op kind, ouders en samenleving.”

Slaapproblemen zijn subjectief. Als een kind of ouder het slaapgedrag als probleem ervaart, is het goed om aan de bel te trekken. En liefst zo snel mogelijk, weet Merel. “Vaak kijken mensen ‘slaapgedoetjes’ te lang aan. Het zou fijn zijn als bijvoorbeeld huisartsen sneller doorverwijzen naar een slaapdeskundige. Het beste moment om in actie te komen is als het ‘gedoe’ nog geen slaapprobleem is. Op dat moment kan een slaapdeskundige met enkele kleine tips grote problemen voorkomen. Wacht je een halfjaar, dan is het gedrag ingesleten, is iedereen doodmoe en is het veel moeilijker om van het slaapprobleem af te komen.”

Plan-op-maat
Bij slaapproblemen speelt vaak veel mee. Leontien en Merel pakken ieder vanuit hun eigen expertise de onderliggende problemen aan. Merel samen met de ouders, Leontien gaat met de kinderen aan de slag. Hierbij werken ze vaak samen.

Kleine prinsjes
Bij ouders kan psycho-educatie nuttig zijn. Zo kunnen ouders van kinderen die gewend zijn alles nú te krijgen, hun ‘kleine prinsjes’ leren geduld te hebben. Uitgestelde behoeftebevrediging, noemt Merel dat. “Als je je kind overdag liefdevol leert om samen te wachten op een beker of een ijsje, kan het ’s nachts ook even wakker liggen zonder gelijk te gaan huilen of roepen. Dit betekent overigens niet ‘laat maar huilen’, want dat gaat ten koste van de ontwikkeling van de hechting van het kind.”

Sprookje
Bij kinderen met slaapproblemen spelen angstgevoelens vaak een belangrijke rol, vertelt Leontien. “Dat kan variëren van angst voor inbraak tot angst voor IS. ’s Nachts valt de buitenwereld weg en wordt de binnenwereld actiever. Dingen die je overdag wegstopt, komen ’s nachts naar boven. Dan kunnen kinderen piekerend wakker liggen. Of nachtmerries krijgen. Hoe ik hen help? In rollenspellen krijgen onderdrukte emoties zoals boosheid en verdriet vrij baan. En krijgen kinderen inzicht in hun eigen gedachtenpatroon. En een nachtmerrie? Dat is een sprookje waarbij je door een schrikreactie net te vroeg bent wakker geworden om te zien dat het goed afliep. Die gedachte helpt.”

Meer weten?
Neem voor slaapproblemen én alle vragen rond opvoeden en opgroeien die met kortdurende ambulante begeleiding kunnen worden aangepakt, contact op met
Merel Obermeijer
Opvoedingsondersteuning Utrecht
merel@opvoedingsondersteuningutrecht.nl
06 - 41 22 24 73
Lees ook haar slaaptips op https://opvoedingsondersteuningutrecht.nl/blog/slaapcoaching/11-tips-bij-slaapproblemen/

Bestaan er zorgen om het welzijn van een kind (zowel sociaal-emotioneel als qua gedrag)? Mail dan naar
Praktijk bij Leontien
info@bijleontien.nl
06-11245515

Patiënt aan het woord

Slaapritme terug door streng slaapregime

 

Ruim twee jaar worstelt hij met slaapproblemen. Totdat de 31-jarige Michiel Bodt samen met huisarts Bart van Pinxteren de Slaapstraat doorloopt. Diagnose: klassieke insomnia. In overleg wordt gekozen voor behandeling met een streng slaapregime. Wat met talloze tips, trucs en medicatie niet lukte, lukt nu wel. In twee maanden tijd wordt enorme winst geboekt. “Ik slaap weer goed, heb veel meer energie en ben minder rusteloos.”

Begin 2016 klopt Michiel met diverse fysieke klachten, waaronder inslaap- en doorslaapproblemen, bij zijn huisarts aan. Hij blijkt een burn-out te hebben. Ook na zijn herstel blijft hij last houden van de slaapproblemen.

Hij probeert van alles. Maar met onvoldoende effect. De slaapproblemen veroorzaken stress, vermoeidheid, rusteloosheid, geïrriteerde ogen en hoofdpijn, en Michiel wil niet afhankelijk zijn van medicijnen.

Dan brengt zijn huisarts hem in contact met huisarts Bart van Pinxteren, een van de grondleggers van de Slaapstraat. “Hoewel ik geen patiënt van hem ben, wilde hij mij helpen. Patiëntgerichte zorg pur sang!”

Uitputten
Na de intake vult Michiel de online vragenlijsten in en houdt enkele weken een slaapdagboek bij. Op basis daarvan wordt de diagnose gesteld. In overleg met Bart kiest Michiel, die een slaapefficiëntie van 60-65% blijkt te hebben, voor slaaprestrictie als behandelmethode, een wetenschappelijk onderbouwde methode. Achterliggend idee is het uitputten van het lichaam om het slaapritme terug te brengen en weer signalen van moeheid te voelen.

Cold turkey mag Michiel nog hooguit zeven uur in bed doorbrengen, niet voor 24.00 uur in bed stappen, en uiterlijk om 7.00 uur opstaan, ook in het weekend. Overdag mag hij maximaal 20 minuten op de bank gaan liggen, hoe de nacht ook is verlopen. Ook zijn pillen moet hij per direct laten staan. Een spannend traject, blikt Michiel terug. “Maar ik had er vertrouwen in. Bovendien had ik wekelijks telefonisch contact met Bart. Dat hielp.”

In zo’n zes weken is het in bed liggen uitgebouwd tot acht uur. Anno nu bedraagt de slaapefficiëntie 87%. Een enorme winst, zegt Michiel. “Ineens lig ik niet meer tot twee uur ’s nachts wakker. Ik speel nu nog iets met de tijden waarop ik naar bed ga en opsta, maar ik zorg ervoor dat ik maximaal acht uur in bed lig.”

De Slaapstraat heeft hem veel gebracht. “Ik slaap veel beter, gebruik geen slaappillen meer en ga overdag vrijwel niet meer even liggen. Het heeft mij stabiliteit en rust gebracht, waardoor ik beter kan herstellen, meer energie heb en minder rusteloos ben. En als ik weer even minder goed slaap, grijp ik terug op het slaapregime.”

Sexting? Bloedlink!

Leerlingen krijgen voorlichting over gevaren sexting

 

Marijke Dekker

 

Sexting. Onschuldig of bloedlink? Het verspreiden van seksueel getinte foto’s via social media kan leiden tot verdriet. En erger. In veel gevallen is het ook strafbaar. Revius Lyceum Doorn organiseert in samenwerking met Pretty Woman, JoU en de politie nu een voorlichtingsprogramma. Doel: bewustwording.

 

Het lijkt voor pubers zo onschuldig. Een spannend berichtje, een foto. Een pikante selfie misschien. In een onbewaakt moment gemaakt, vermoedelijk bedoeld voor één ander paar ogen. Ach, dat kan toch geen kwaad? “Ja zeker wel!”, zegt Karin Kalsbeek, jaarlaagcoördinator en docent biologie op het Revius. “Vaak worden de foto’s naar elkaar doorgestuurd. Zonder te beseffen welke ernstige gevolgen het kan hebben. Die foto’s kunnen veel schade aanrichten en verdwijnen nooit meer.”

[NAAKTFOTO] Een kwart van de tieners zegt weleens een naaktfoto van zichzelf te hebben gemaakt, blijkt uit onderzoek. Een op de vijf stuurt zo’n selfie via WhatsApp, Snapchat of andere social media. “Ze denken dat Snapchat veilig is, omdat de foto maar even zichtbaar is. Ze vergeten dat iemand er eenvoudig een screenshot van kan maken.”

Reden voor Karin om in samenwerking met Pretty Woman, Jongerenwerk Utrecht (JoU) en de politie op het Revius het voorlichtingsprogramma Bloedlink te organiseren. In drie dagen tijd krijgen alle 235 derdejaars leerlingen – van TL tot en met gymnasium – voorlichting over gebruik en misbruik van sociale media. Jongens en meisjes apart.

[BEWUSTWORDING] Inzet is bewustwording. Een eye-opener. Karin: “We hopen dat jongeren gaan denken: waar zijn we mee bezig? De schade kan enorm zijn, zowel voor slachtoffer als voor ouders, broers, zussen. Verspreiding van seksueel getinte foto’s kan leiden tot schaamte, chantage en zelfs zelfdoding. Ook kunnen foto’s je later nog achtervolgen als je een stage of baan zoekt. Als ze eenmaal op internet staan, krijg je ze er bijna niet meer af. Bovendien is verspreiding van erotische foto’s van minderjarigen strafbaar.”

[TRANEN] Sexting gebeurt op alle scholen, zegt Karin. “Wit, zwart, in de stad en op het platteland.” Ze maakt de gevolgen in de praktijk mee. “Leerlingen die in paniek via hun mentor naar mij toekomen omdat hun foto op allerlei telefoontjes staat. Dat gaat mij aan het hart. Wij maken het in de klas bespreekbaar, laten iedereen de foto’s direct verwijderen. Mochten de foto’s daarna alsnog opduiken, dan hebben die leerlingen een probleem. Maar het systeem is niet waterdicht. En we hebben geen zicht op wat er buiten school gebeurt.”

Ze hoopt dat praktijkverhalen van hulpverleners en politie confronterend zijn, de risico’s helder maken. “Hulpverleners benaderen de sociaal-emotionele kant, de politie benoemt dat bepaald gedrag strafbaar is. Dat maakt indruk. We hopen dat het project een opstapje is om het onderwerp ook thuis op te pakken.”

[KWETSBAAR] Hoe heftig sexting is, ontdekte ook Linda. Haar dochter Fleur (15) stuurt in een kwetsbare periode, waarin het niet lekker op school gaat, ‘ietwat pikante’ selfies naar een jongen die ‘lieve dingen zei en erom vroeg’. Hij maakt misbruik van de situatie, stuurt de foto’s rond en vertelt erbij dat het om Fleur gaat, ook al is haar gezicht niet zichtbaar. Ook andere jongens oefenen druk op haar uit om meer foto’s te kunnen verspreiden.

Van vriendinnen van Fleur horen de ouders wat er aan de hand is. “We zijn hen zo dankbaar!”, zegt Linda. “Wat stoer van ze. Goed dat ze hun verantwoordelijkheid namen, en naar ons toekwamen . Openheid is belangrijk. Het was fijn geweest als ouders die op de hoogte waren, ons eerder hadden aangesproken. Dan hadden we sneller kunnen ingrijpen. Het is echt belangrijk om zo snel mogelijk ouders of de mentor te benaderen. Slachtoffers en omstanders kunnen ook altijd bellen met 0800-0188.”

[IMPACT] Het gebeurde heeft een grote impact op het gezin. Na lang wachten komt er een hulptraject op gang: een psycholoog en Pretty Woman. Linda: “Fleur is kwetsbaar en beschadigd, maar ik weet zeker dat ze over vijf jaar een heel mooi, krachtig persoon is.”

Later duiken de foto’s opnieuw op. “Een heel onveilige situatie. Het blijft haar achtervolgen. Telkens die confrontatie, het naroepen, het buitensluiten. Haar zelfbeeld? Lager dan ooit. Het is belangrijk dat ze nu sterk is, vecht, niet vlucht. Die jongens moeten aangepakt worden, zodat zij de gevolgen van hun acties leren inzien.”

[OPEN] Linda is blij dat het Revius het onderwerp bespreekbaar maakt: “Goed om dit onderwerp aandacht te geven, open te breken. Dat zouden alle scholen moeten doen.”

Het deels door de politie gesubsidieerde project op Revius Doorn vindt plaats op 9, 10 en 15 mei en staat vanaf nu jaarlijks op het programma van alle derdejaars.

Op verzoek van Linda en Fleur zijn hun namen gefingeerd.

Sascha de Jong, (sport)diëtist:

“Geen pillen maar paprika!”

 

In de vorige nieuwsbrief gaf logopedist Sanne Huijts het stokje over aan (sport)diëtist Sascha de Jong. Mét daarbij de vragen: ‘Wie ben je, wat vind jij zo leuk aan je werk en wat heb jij te bieden?’

 

Even voorstellen

“Natuurlijk vertel ik graag iets over mijzelf en mijn mooie beroep. Ik ben 41 jaar, ben in 1999 afgestudeerd als diëtist en inmiddels 14 jaar aan dit gezondheidscentrum verbonden. Waar ik het enorm naar mijn zin heb. Omdat mijn hart ook bij sport ligt, heb ik drie jaar geleden besloten de opleiding tot sportdiëtist gevolgd. Fantastisch om dagelijks met sport én voeding bezig te kunnen zijn.”

 

Practice what you preach

“Wat ik cliënten adviseer, pas ik ook zelf toe. Het voelt goed om gezond, sterk en fit te zijn. Fijn ook om mijn eigen trainingen optimaal in te richten omdat ik goed heb gegeten. Elke dag fiets ik naar mijn werk. Door de stad heen, lekker buiten. Verder doe ik aan hardlopen, ballet, fitness en yoga. Volop in beweging dus!”

 

Wat ik te bieden heb?

“Ik adviseer cliënten op het gebied van voeding en bewegen. Fijn om mensen te kunnen laten zien dat je door een andere leefstijl jezelf gezonder kunt maken. Geen pillen maar paprika! De kracht zit in jezelf. Als je gezonder eet, voel je je beter. Mooi toch?”

 

“Het zijn persoonlijke voedingsadviezen. Maatwerk dus. Afgestemd op de cliënt. Bovendien zoeken we altijd samen naar de motivatie. Afvallen? Tja, iedereen wil afvallen! Samen met de cliënt ga ik op zoek naar het doel erachter. Wil je met je (klein)kinderen kunnen voetballen? Of weer in een stoel met leuningen passen? We zoeken samen naar een positieve, intrinsieke motivatie.”

 

Sport

“Sportdiëtiek is letterlijk een andere tak van sport. Het gaat dan om uiterst gemotiveerde sporters die meer rendement uit hun training willen halen. Haha, mensen die op mij lijken! Wat kun je het beste voor, tijdens en na de training eten? Hoe herstel je het beste? Voedingsadviezen, afgestemd op sport en sporter.”

 

Leuke wijk

“Oog in Al is een leuke wijk om te werken. Ik zie veel verschillende mensen, die over het algemeen zelf vooraf zaken hebben uitgezocht en gerichte vragen stellen. Dat werkt prettig.”

 

Blog

“Wist je dat ik ook over mijn werk blog? Ik maak deel uit van een blogteam van diëtisten van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten. Kijk maar eens op www.careynblog.blogspot.com en https://dieetditdieetdat.nl/author/saschadejong/

 

Samenwerken

“De samenwerking binnen het gezondheidscentrum vind ik belangrijk. We willen immers allemaal hetzelfde bereiken: patiënten welkom laten voelen en hen op de beste manier helpen gezond(er) te worden en/of ziekte-inzicht te geven. Samen gaat dat beter dan vanaf eilandjes. Ook de werkgroepen vind ik heel waardevol.”

 

Suïcidaal? Sorry, wachtlijst!

Wachttijden GGZ leiden tot verslechtering

 

Marijke Dekker

 

Ze is jong, mooi, slim. Studeert aan de universiteit. Maar Eva is ziek. Depressief en suïcidaal. Al maanden wacht ze op behandeling. Uiteindelijk belandt ze bij het crisisteam. En wacht nog altijd op behandeling.

 

Eva (23) is depressief en suïcidaal. Alles is zwart, ze is somber, negatief. Het leven doet pijn. Ze verwondt zichzelf soms om de mentale pijn even niet te voelen. Ze kan zich niet meer herinneren hoe het voelt om gelukkig te zijn, kan nauwelijks prikkels verdragen, heeft weinig energie, slaapt veel en zit op haar kamer, zwarte gordijnen potdicht. Haar studie moet ze onderbreken: concentreren lukt niet meer. Vrienden laten haar vallen. Haar wereldje wordt kleiner. Ze gaat ‘kapot’ binnenin en weet al precies hoe ze uit het leven wil stappen. Een keer staat ze al met een overdosis in haar trillende hand.

 

Via de huisarts komt ze voor een intake bij een psycholoog terecht, maar die oordeelt dat de achterliggende problematiek, waaronder trauma door verkrachting en bedreiging, angststoornis, ontwikkelingsstoornis en paniekaanvallen, zo complex is, dat gespecialiseerde zorg nodig is. Ze krijgt een spoedindicatie. Het wachten begint opnieuw. Bij een instelling die passende zorg kan bieden, is de wachttijd ruim een jaar.

 

Haar situatie verslechtert, wordt zorgwekkend. De kans op zelfmoord groot. Uiteindelijk belandt Eva bij een crisisteam van Altrecht. Er komt overbruggingshulp, puur gericht op het ‘veilig houden’.

 

Vijf maanden na haar eerste bezoek aan de huisarts vindt er een intake plaats bij een GGZ-instelling. Over een maand hoort ze of zij haar passende hulp kunnen bieden. En wanneer de behandeling start. Anders moet ze bij een andere instelling weer opnieuw op een wachtlijst gaan staan.

 

Het verhaal van Eva, die in de Kromme Rijnstreek woont, is geen uitzondering. Exacte cijfers ontbreken, maar ook in Houten, Bunnik en Wijk bij Duurstede wachten kinderen en volwassenen soms lang op een GGZ-behandeling. Te lang. Landelijk zou de helft van de ggz-instellingen een wachtlijst van meer dan zes maanden rapporteren. Tot intake. Daarna is het opnieuw wachten. Tot beoordeling en tot start van de behandeling. De wettelijk vastgestelde maximale wachttijd van 4 weken tot intake en in totaal 14 weken tussen aanmelding en start ambulante behandeling, de ‘treeknorm’, wordt vaak overschreden.

 

De lange wachttijd betekent vaak een lijdensweg: verminderde levenskwaliteit, soms lichamelijke schade en zelfs zelfmoord(pogingen). Dat geldt ook voor Roos, vertelt ze: “Nog los van de bijna continue somberheid en de studievertraging voor mijn master, krijg ik door het wachten het gevoel dat ik inderdaad waardeloos ben: ik doe er blijkbaar niet toe.”

 

Samenwerken
De problemen doen zich vooral voor in de specialistische ggz, zegt huisarts en bestuurslid van Zorg in Houten Marcel Ebbing. “Het verschilt per hulpvraag, maar in de generalistische ggz valt het hier over het algemeen wel mee. Dat komt ook door ons samenwerkingsverband: korte lijnen, elkaar snel weten te vinden. Patiënten kunnen terecht bij de POH GGZ, en we kunnen redelijk snel doorverwijzen naar een GZ-psycholoog. Uitzonderingen zijn echter niet te voorkomen.” 

 

Complex
Mensen met ernstige en complexe problematiek worden doorverwezen naar de specialistische ggz, waar ze vaak maandenlang op een wachtlijst staan. “Een drama”, oordeelt Ebbing. “Mensen moeten niet alleen lang wachten, ze worden ook van het kastje naar het muurtje gestuurd. Het zijn eilandjes. Mensen worden verbrijzeld tussen organisaties, voelen zich door de maatschappij in de steek gelaten. Dit kan zo niet. Uiteindelijk krijgt de huisarts het op zijn bordje. Natuurlijk blijven die patiënten bij ons in beeld tot de behandeling start. We kunnen helaas niet veel aan de wachtlijsten doen. In ernstige situaties bellen we stad en land af.”

 

Crisis
Ebbing kent zelf geen situaties waarbij het lange wachten heeft geleid tot een verdere verslechtering of suïcide. In een crisissituatie wordt de patiënt direct doorverwezen naar de crisisdienst. Zodra de crisis is opgelost, blijft de patiënt op de wachtlijst wachten op intake en behandeling.

 

Tot-'t-weer-gaat-huis
“Elke dag op een wachtlijst is er één te veel”, vindt ook Martijn Nieuwenhuisen, GZ-psycholoog en bestuurslid Zorg in Houten. Mensen in crisis zou hij graag tijdelijk lokaal onderbrengen: “Een soort ‘tot-‘t-weer-gaat-huis’. Dat kost geld, maar we zouden als gemeenschap daarvoor moeten zorgdragen.”

 

Bijschrift foto: Ook mensen in onze regio moeten met complexe psychische klachten lang op behandeling wachten.

Foto: Angela Dekker

Landelijke pilot van start

 

De Slaapstraat gaat het land in. Met financiële steun van de Hersenstichting. Na het theaterdebat zijn de geselecteerde huisartspraktijken uiterst gemotiveerd om met de nieuwe methode aan de slag te gaan. “Een concrete, gestructureerde aanpak die aansluit bij de NHG-standaarden. Een aanpak ook voor een belangrijk aandachtsgebied: slaap.”

Het theaterdebat, tevens kick-off van de landelijke pilot, was een mooie teaser, vertelt huisarts Folkert Hoekstra van huisartsenpraktijk Confucius in Amsterdam-Slotermeer. “Erg leuk. Goed om weer nadrukkelijk op het netvlies te hebben: slaapproblemen, daar moeten we iets mee! Bovendien was het nuttig om te netwerken, andere zorgverleners op het gebied van slaap te leren kennen.”

Verslavend
Hoekstra, kartrekker voor vier huisartsenpraktijken, formeerde in no-time een team van 20 personen voor de training, in heel Slotermeer worden 35 praktijkmedewerkers geschoold. “Waarom wij meedoen? Slaapproblematiek is in huisartsenland een ondergeschoven kindje. Vaak is er weinig tijd en wordt medicatie voorgeschreven, terwijl dit verslavend en gewennend werkt. Deze nieuwe aanpak is gestructureerd en sluit aan bij de NHG-standaarden. Bovendien is de hele praktijk erbij betrokken – huisartsen, assistenten, POH-GGZ en POH-S. We hopen meer mensen echt te kunnen helpen. Iedere patiënt is er één. Een mogelijke uitdaging is het taalprobleem en de laaggeletterdheid in deze wijk.”

Concrete aanpak
Ook de drie samenwerkende huisartsenpraktijken Vechtzorg in Breukelen zien het belang van de Slaapstraat. Zes huisartsen, een AIOS, twee POH-GGZ, een apotheker, een oefentherapeut en een fysiotherapeut volgen de training. Dertien praktijkmedewerkers volgen de assistententraining. Coördinator Carian van der Sman: “Met deze aanpak hopen we een concreet antwoord te kunnen bieden op een veelvoorkomend probleem.”

SlaapPanel
Om te horen wat er onder de patiënten leeft, wil Vechtzorg een SlaapPanel in het leven roepen. Van der Sman: “De Slaapstraat is vooral vanuit het perspectief van zorgverleners opgezet. Wij willen ook luisteren naar patiënten uit twee belangrijke doelgroepen:  vrouwen van 40/45+ met burn-outproblemen en daarmee samenhangende slaapproblemen en vrouwen van 75+ met slaapmedicatie. Aan de methode gaan we niet sleutelen, maar mogelijk kunnen we het behandelaanbod uitbreiden en achterhalen waarom slechts 10% van de mensen met slaapproblemen bij een huisarts aanklopt. Ook nodigen we vrouwen uit om als ‘proefpersoon’ de Slaapstraat te doorlopen.”

Jeugd-GGZ: niet gezond

Regio probeert wachtlijsten terug te dringen

 

Marijke Dekker

Jongeren met psychische problemen vallen onder Jeugdzorg, tegenwoordig een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Landelijk wacht een op de vijf kinderen langer dan twee maanden op een intakegesprek. Wachttijden die bij aanmelding vaak niet bekend zijn.

 

 

Landelijk is de wachttijd voor jongeren in meer dan de helft van de zorginstellingen langer dan de vastgestelde maximale wachttijd. Bovendien is er soms een tekort aan gemeentelijke budgetten. Of contracten.

 

Volgens de gemeente Houten zijn de wachttijden acceptabel. Bunnik en Wijk zeggen ‘geen directe zorgen rond wachttijden voor onze inwoners’ te hebben. Hoeveel kinderen (te) lang op een wachtlijst staan, kunnen de gemeenten niet vertellen. Evenmin is bekend of er door de lange wachttijd verslechtering optreedt.

 

Wel is het aantal ‘voorzieningen’ geregistreerd: Bunnik noteerde het eerste halfjaar van 2017 42 voorzieningen generalistische GGZ en 157 specialistische GGZ en Wijk bij Duurstede respectievelijk 50 en 193. In Houten wordt wel het aantal kinderen bijgehouden: 144 en 113.

 

Zorgplafond
Gemeenten doen hun uiterste best, stelt Martijn Nieuwenhuisen, GZ-psycholoog en bestuurslid Zorg in Houten, de koepel van vijf Medische Centra. “Gemeenten hebben van het Rijk een enorm dossier op hun bureau gekregen. Mèt een bezuinigingstaak van 15%. De jeugd-GGZ heeft daardoor te maken met een zorgplafond. Ik ken een kinderpsychiater zonder contract met de gemeente die een kind gratis heeft behandeld. Een kind mag immers niet de dupe worden. De gemeente doet wat ze kan, maar we lopen tegen zorgplafonds aan. Geen geld of contract, terwijl een kind wel hulp nodig heeft.”

 

Wachten
In Houten moeten kinderen eerst enkele weken wachten op een gesprek met het Sociaal Team. Een ‘acceptabele wachttijd’, vindt de gemeente. De consulenten van het Sociaal Team (Houten), Loket Wijk (Wijk bij Duurstede) en het Centrum voor Elkaar (Bunnik) kijken vervolgens per casus of er sprake is van een wachtlijst. Zo nodig wordt voor de tussenliggende tijd overbruggingshulp geregeld, of gekozen voor een andere aanbieder.

 

Houten heeft samen met de andere Lekstroomgemeenten voldoende ggz ingekocht, zegt woordvoerder Alie Dieleman. “We hebben maatwerkcontracten afgesloten met vijf grote leveranciers zodat we ruim aanbod hebben. Deze zorgaanbieders verzekeren ons telkens dat ze geen wachtlijsten hebben. Is dat wel het geval, zijn ze verplicht om overbruggingszorg te regelen. Natuurlijk kan de beleving van ouders anders zijn: zorgaanbieders rekenen de wachttijd vanaf het moment dat ze bij hen aangemeld worden. Soms zit daar al een heel traject voor. En als het om je kind gaat, wil je natuurlijk zo snel mogelijk geholpen worden. We willen de wachttijden zo kort mogelijk houden.”

 

Wijk en Bunnik vinden wachttijden langer dan vier weken tot intake niet acceptabel, zeggen de woordvoerders. “Wij vinden het belangrijk dat voor onze inwoners zo snel als nodig adequate hulp ingezet kan worden.”

 

Crisis
Als er volgens een consulent sprake is van spoed, wordt direct doorverwezen naar de crisisopvang. Omdat deze opvang bovenregionaal is ingekocht, kan het voorkomen dat jongeren niet meteen terechtkunnen in de crisisopvang in de buurt, zegt Dieleman. “Als het vol zit, moeten we uitwijken. Dat is voor de jongeren en ouders niet altijd prettig. Soms kiezen ze er dan zelf voor om te wachten.” Na de crisis volgt opnieuw wachten op behandeling.

 

Inzicht
De drie gemeenten willen op provincieniveau een systeem voorstellen waarin aanbieders hun wachttijden moeten melden. Maar ook het terugdringen van die wachttijden staat op het wensenlijstje: “We zoeken gezamenlijk naar efficiënte oplossingen door verbinding van de hele keten; van lokale teams tot en met de zorgaanbieders.”

 

Werkgroep
De regio Zuidoost Utrecht heeft nu een werkgroep ‘Wachtlijsten in de Jeugdzorg’ opgezet, waarin ook vertegenwoordigers van cliënten en zorgaanbieders zitten. De regio Lekstroom overweegt zich hierbij aan te sluiten. Ook komt er in Houten per 1 augustus een POH GGZ voor de jeugd, gefinancierd door de gemeente. Het gaat om een pilot van een jaar.

 

Nieuwenhuisen pleit verder voor de komst van meer kinderpsychologen en -psychiaters: “De toegenomen vraag is groter dan het aanbod.” De Houtense Medische Centra proberen zelf met een wekelijks GGZ-overleg, korte lijnen en intensieve samenwerking een goed vangnet te vormen. Volgens Jannine Timmerman, directeur Zorg in Houten, biedt deze vorm van samenwerken veel voordelen, voor zorgverlener en patiënt.

 

 

Bijschrift foto: Vlnr Huisarts Marcel Ebbing, directeur Zorg in Houten Jannine Timmerman en GZ-psycholoog Martijn Nieuwenhuisen: “Gemeente doet wat ze kan, maar kind mag niet de dupe worden.”

 

Foto: Marijke Dekker

Ouderen met dementie beter in beeld

 

Marijke Dekker

 

Heldere afspraken over signaleren en diagnostiek, nauwe samenwerking tussen zorgverleners, en een casemanager voor elke patiënt. Dat is de kern van het nieuwe zorgprogramma voor ouderen met cognitieve stoornissen, opgesteld door het samenwerkingsverband Rivieren- en Dichterswijk GEZond in samenwerking met externe partners, zoals buurtteam en thuiszorg. Voor ouderen met dementie in Rivieren- en Dichterswijk en hun mantelzorgers betekent het nieuwe zorgprogramma een vangnet van samenwerkende zorgverleners en een casemanager voor elke patiënt.

 

Momenteel hebben circa 270.000 Nederlanders dementie. De verwachting is dat dit aantal toeneemt tot een half miljoen in 2050. Een prognose voor Utrecht laat zien dat er in 2030 een toename wordt verwacht van 41% ten opzichte van 2010, zegt huisarts en projectleider Eline Hofman. “Dit komt mede door de 'dubbele vergrijzing': een relatieve toename van het aantal ouderen gecombineerd met een stijging van de levensverwachting. Bovendien ligt het percentage 65-plussers in deze wijk met 13% hoger dan het gemiddelde in Utrecht (10%). Omdat mensen steeds vaker zelfstandig blijven wonen, doen veel patiënten en mantelzorgers een beroep op zorg in de buurt.”

 

Tijdige signalering
Goede zorg begint met tijdige signalering. Vaak gaat het om een ‘niet pluisgevoel’. “Het is belangrijk dat zorgverleners, maar ook buren en familie, alert zijn op signalen”, stelt huisarts Hofman. Om iedereen te helpen dementie te signaleren, is een speciale boekenlegger met signaleringskaartje ontwikkeld. 

 

Diagnose
Bij vermoedens van een cognitieve stoornis kan contact worden opgenomen met de huisarts. Deze stelt in principe de diagnose, vaak na een screening door de POH Ouderenzorg of POH GGZ. De huisarts schakelt vervolgens via Buurtzorg, Careyn of AxionContinu een casemanager in voor de patiënt.

 

Casemanager
In het zorgprogramma is een sleutelrol weggelegd voor de casemanager. Als spin in het web is hij of zij het eerste aanspreekpunt voor patiënt, mantelzorgers en zorgverleners, en houdt overzicht.

Cornelly van Belle, casemanager bij Buurtzorg: “De casemanager begeleidt de cliënt en de mantelzorger(s), regelt zo nodig andere hulp zoals dagopvang en vrijwilligers, en monitort het dementiebeeld. Wij zien de patiënt en de mantelzorgers het vaakst en bouwen een vertrouwensband op. We kunnen bij overbelasting van de mantelzorger(s) snel ingrijpen, en we proberen crisissituaties te voorkomen en de juiste hulp te regelen.”

 

De driehoek
De driehoek ‘thuiszorg-buurtteam-huisarts’ gaat een belangrijkere rol vervullen. Als instantie voor cliëntbegeleiding en mantelzorgondersteuning werkt het buurtteam nauw samen met de casemanager, zegt buurtteam-medewerker Anneke Beuving. “We trekken samen op, overleggen, verdelen de taken. Wij als buurtteam kunnen bijvoorbeeld zoeken naar een mantelzorgmaatje of ondersteunen bij het vinden van een passende dagbegeleidingsplek.”

Ook de huisarts en POH overleggen regelmatig met de casemanager en nemen vooral de medische kant voor hun rekening. Marly Zeelen, POH Ouderenzorg: “Als POH kom ik ook bij mensen thuis om medische controles te verrichten, de medicatie te checken en in de gaten te houden of de zorg voldoende is.”

 

WijkSafari
Inmiddels hebben de zorgverleners een WijkSafari achter de rug:  een themalunch met aandacht voor samenwerking, afstemming en casemanagement. Huisarts Hofman: “Maar net zo belangrijk was elkaar te ontmoeten, te zien wie wie is, wie wat doet. Elkaar kennen, helpt. Dan pak je eerder even de telefoon.”

 

En nu?
Komend jaar wordt de stap gezet naar een digitale overlegstructuur: mogelijk een digitale, multidisciplinaire overlegtafel. “Dit is al een goede eerste stap”, vindt huisarts Hofman. “Een stap naar nog betere zorg voor ouderen met cognitieve stoornissen.”

Het zorgprogramma maakt deel uit van een groter zorgprogramma voor kwetsbare ouderen.

“De slaapstraat? Gewoon dóen!”


In Gezondheidscentrum Oog in Al zijn de eerste patiënten met slaapproblemen volgens de aanpak van de ‘Slaapstraat’ behandeld. Een aanvankelijk spannend traject, dat over het algemeen zeer succesvol verloopt. Steeds meer Utrechtse praktijken stappen over op de nieuwe aanpak. En dankzij steun van de Hersenstichting wordt de methode nu ook landelijk uitgerold.

 

Alle begin is spannend. Dat geldt ook voor het in de praktijk brengen van de Slaapstraat-methode. Ondanks een goede training blijft het lastig om de eerste patiënt volgens de nieuwe methodiek te behandelen, vertelt huisarts Bart van Pinxteren. “Wat kun je verwachten? Wat ga je precies zeggen? Ondanks al mijn enthousiasme en kennis hikte ik er tegenaan. Maar uiteindelijk moet je het gewoon dóen!”

 

Inmiddels heeft hij een aantal patiënten na de slaapmeetweek en de diagnose kunnen geruststellen, enkele mensen doorgestuurd naar de POH-GGZ en twee patiënten zelf behandeld. “Onze POH-GGZ heeft het druk”, legt hij uit. “Maar bovenal wilde ik graag zelf eens het traject doorlopen. Zelf tegen zaken aanlopen.”

 

Klassieke insomnie

De twee patiënten die hij momenteel in de Slaapstraat begeleidt, zijn jonge mannen die al lange tijd met slapeloosheid worstelen en van alles hebben geprobeerd. Na de intake vullen ze vragenlijsten in en houden een week lang een slaapdagboek bij. “Zo’n vragenlijst is heel inzichtelijk”, oordeelt de huisarts. “Door een objectieve meetmethode krijg je direct een duidelijk beeld van de ernst van de situatie. Een score boven 14 betekent een significant probleem; beide mannen scoorden 20. Ook werd duidelijk dat het om klassieke insomnie ging, een probleem waarvoor onze behandelmethode zeer geschikt is.”

 

Slaaprestrictie

De behandeling bestaat onder meer uit slaaprestrictie. “Doorgaans wordt aangenomen dat een slaapefficiëntie[1] van 85% of hoger voor mensen tot 50 jaar een gezond getal is, maar deze patiënten sliepen slechts 75% van de tijd dat ze in bed lagen. Ze hadden moeite met inslapen en werden ook ’s nachts af en toe wakker. Na twee weken slaaprestrictie ging hun slaapefficiëntie met sprongen vooruit. Nu zijn we weer aan het opbouwen: telkens een kwartier langer in bed. Ik ben razend enthousiast over het resultaat.”

 

Motivatie

Toch betekent de Slaapstraat niet altijd een successtory, vertelt POH-GGZ Renske Putman. Zij behandelde een 27-jarige man met slaapproblemen. “Hij had al eerder slaappillen geslikt, en klopte met een duidelijke verwachting bij de huisarts aan: hij wilde opnieuw medicatie. Met een zekere weerstand stemde hij in om de Slaapstraat te proberen, vulde de vragenlijst en het dagboek in, en kwam bij mij terecht. Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat de slaapproblemen veroorzaakt werden door onregelmatige werk- en slaaptijden en veelvuldig schermgebruik voor het slapen gaan. Hij bleef terughoudend en stond niet open voor adviezen. Ook kon ik hem niet overtuigen met informatie over het verslavende karakter van medicijnen en de afnemende effectiviteit. In het dossier zie ik nu dat hij uiteindelijk slaapmedicatie heeft gekregen.” Een behandeling staat of valt inderdaad met de motivatie van de patiënt, stelt Van Pinxteren, die vindt dat het motiveren een taak van de huisarts is.

 

Enthousiasmeren

Hij wil andere huisartsen enthousiasmeren. “Het liefst zou ik alles 1-op-1 uitleggen, maar daarvoor ontbreekt de tijd. Misschien kan ik mijn ervaring overbrengen op groepen zorgverleners en tijdens congressen.”

 

Landelijk

In Utrecht zijn inmiddels negen praktijken getraind, in vier wijken. Bovendien staan er nog twee op de planning. Dankzij een nieuwe subsidie van de Hersenstichting wordt de methode ook landelijk uitgerold, vertelt projectleider Stéphanie van Emmerik. “De Hersenstichting heeft vijf regio’s geselecteerd, waarin één of twee huisartspraktijken subsidie ontvangen om de Slaapstraat te implementeren. Vanaf 1 april worden er theaterdebatten en trainingen georganiseerd. Per 1 juli kunnen de eerste patiënten ook daar de Slaapstraat doorlopen. Tegelijk met deze landelijke pilot wordt er door de VU en de UVA onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de Slaapstraat.” 



[1] Slaapefficiëntie (of slaapeffectiviteit) is de tijd die iemand daadwerkelijk slaapt, afgezet tegen de totale tijd die iemand in bed doorbrengt. De slaapefficiëntie wordt berekend door het geslapen aantal uren te delen door 1% van het totaal aantal uren in bed. De streefgetallen zijn leeftijdsafhankelijk: 50-min >85%, 50-plus 80%, 75-plus 70%.

 

Een gezonde kleur

 

Het is nog met een grote slag om de arm, maar de veranderende GEZ-financiering lijkt voorlopig gunstiger uit te pakken dan werd gevreesd. Toegegeven: wat er precies komen gaat, is ook voor ons als bestuur nog altijd onzeker. Maar langzamerhand komt er toch iets meer duidelijkheid en zien we kansen voor ons gezondheidscentrum.

Zo wordt in de stad Utrecht de HUS vanaf 1 april het aanspreekpunt voor zorgverzekeraar Zilveren Kruis, maar zullen ook andere disciplines nadrukkelijk een stem krijgen. Dat is althans de insteek van een tijdelijk O&I-team. Zo’n multidisciplinaire vertegenwoordiging is voor ons een belangrijke voorwaarde. Het O&I-team komt binnenkort met uitgewerkte voorstellen over de bestuursstructuur in de gemeente Utrecht.

De manier waarop het geld over de wijken moet worden verdeeld, is een punt dat direct na het bepalen van de bestuursstructuur aan de orde moet komen. Het O&I-team zet zich in om alle belangen te wegen en rekening te houden met de verschillen tussen de GEZ-en. Op basis daarvan wordt een regioplan opgesteld. Een deel van het (lagere) budget blijft op regionaal niveau, het belangrijkste deel gaat naar de wijken. Daar moet het gebeuren!

Elke wijk heeft immers een eigen kleur, een eigen identiteit, eigen ideeën en projecten. En het lijkt erop dat wijken zelf mogen bepalen hoe zij het O&I-geld inzetten. Dit zou betekenen dat het geld ook aan patiëntgerichte zorgprojecten mag worden besteed, en niet alleen aan interne organisatie en infrastructuur.

Voorlopig gaan we als gezondheidscentrum door op de dit jaar ingeslagen weg: het ontwikkelen en uitrollen van enkele mooie, grote projecten waaraan echt behoefte is. Zoals de Slaapstraat en Valpreventie. Goede zorg in de wijk. Dat is onze – gezonde - kleur.

Gerrit van Ommeren
Secretaris

GEZ-financiering verandert

Wat staat ons te wachten?

 

Marijke Dekker

 

De financiering van de Geïntegreerde Eerstelijnszorg (GEZ) gaat op de schop. Het moet plaatsmaken voor een nieuw bekostigingsmodel ‘Organisatie en Infrastructuur’ (O&I),dat moet leiden tot ‘betere regionale en wijkgerichte afspraken en versterking van de organisatiekracht in de eerste lijn’. Dat zegt althans zorgverzekeraar Zilveren Kruis, die in de stad Utrecht bij voorkeur wil onderhandelen met één contractant. Wie wordt die gesprekspartner? En hoe zorgen we dat de per wijk zo verschillende belangen goed behartigd worden?

Wat er precies gaat veranderen, is nog verre van helder. Zorgverzekeraars, met Zilveren Kruis voorop, willen de financiering verschuiven naar regioniveau, met bij voorkeur één gesprekspartner/contractant die het geld over de wijken verdeelt.

 

Minder GEZ-geld
De nieuwe financieringsmethode is gelijk een forse bezuinigingsronde, weet apotheker Gerrit van Ommeren van GEZ Oog in Al. “Daarbij gaat het mogelijk om een derde tot de helft minder. Dit betekent dat de koek minder wordt én door één contractant over de wijken wordt verdeeld. Bovendien is nog onduidelijk hoe het geld besteed mag worden. Zolang de voorwaarden voor verdeling en besteding van het geld niet helder zijn, is een toekomstschets maken voor de GEZ’en koffiedik kijken.”

 

De zorgverzekeraars zouden hierbij wel een ‘zachte landing’ voor ogen hebben, zegt Wietze Eizenga, voorzitter van de Huisartsen Utrecht Stad (HUS). “Ik heb begrepen dat het gaat om een korting van maximaal 5-10% per jaar.”

 

Externe adviseur
De HUS en de Utrechtse GEZ’en hebben recent samen met Zilveren Kruis recent besloten een externe partij in de arm te nemen om zich te laten begeleiden en adviseren. Aanleiding is onder meer het gebrek aan onderling vertrouwen om één of meerdere partijen de lead te laten nemen in het formuleren van een gezamenlijk aanbod, zeggen de betrokken partijen. Men hoopt op deze manier alsnog een gezamenlijk aanbod en passende governance voor contractering van de O&I per 2019 te kunnen realiseren.

 

Mediation
“Een goed idee”, zegt Stéphanie van Emmerik, coördinator GEZ Rivieren- en Dichterswijk en Oog in Al, “maar ik zou graag zien dat de externe partij ook nadrukkelijk optreedt als mediator. Het gaat om veel geld en dus macht, en om verschillende belangen, die gewogen moeten worden. Los daarvan is mediation in mijn ogen belangrijk, omdat er nu letterlijk gezegd wordt dat er sprake is van onvoldoende vertrouwen in elkaar. Dat lijkt mij toch sowieso reden om de relatie aandacht te geven. Immers, bestaande partijen moeten mogelijk hierna ook weer met elkaar door.” 

 

Stedelijke stuurgroep
Apotheker Van Ommeren reageert vooralsnog wat terughoudend op het idee om een externe partij in te schakelen. Hij wil vooral dat ook vertegenwoordigers van andere disciplines straks met de zorgverzekeraars om tafel gaan. “In de GEZ-HUS-vergaderingen zijn volgens mij vooral huisartsen en coördinatoren van GEZ’en aanwezig geweest. De achterbannen zijn hierbij niet betrokken geweest. De GEZ’en zijn multidisciplinaire samenwerkingsverbanden. Huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, psychologen en andere zorgverleners werken nauw samen om de patiënt zo optimaal mogelijke zorg te bieden. Dan moeten deze beroepsgroepen ook kunnen meepraten. Wij als apothekers hebben ons inmiddels verenigd (CAU), fysiotherapeuten (FUS) en psychologen eveneens.”

 

Hij stelt zelf voor om een stedelijke stuurgroep in het leven te roepen, waarin alle GEZ-disciplines vertegenwoordigd zijn: “De partijen die in de wijk-GEZ’en samenwerken, zouden op ook op stedelijk niveau beleid moeten formuleren. Wie bepaalt de verdeelsleutel? Wie krijgt het meeste geld? Achterstandswijken worden mogelijk op andere wijze gecompenseerd. Als een GEZ een superidee heeft voor haar wijk, krijgt ze dan meer geld? Dit soort beleid zou je mooi in een stuurgroep kunnen regelen.”

 

Kruiwagen vol kikkers
Hij weet dat er veel verschillende belangen en agenda’s zijn. “Het is een kruiwagen vol kikkers die alle kanten opspringen. Het ambitieniveau van de stuurgroep moet aanvankelijk dan ook niet te hoog zijn: eerst een structuur vinden.”

 

Meer stenen, minder zorg(programma’s)?
Van Ommeren wil verder voorkomen dat de nieuwe geldstroom onderweg aan de strijkstok blijft hangen of vooral bestemd is voor infrastructuur zoals ‘stenen en telefooncentrales’. Hij pleit voor een discussie over de besteding van het geld. “Mag geld gelabeld voor ‘organisatie en infrastructuur’ besteed worden aan het ontwikkelen van multidisciplinaire zorgprogramma’s? Ik ben bezorgd dat samenwerkingsgeld naar salarissen en infrastructuur gaat en niet naar organisatie van zorg.”

 

Praat mee!
Voor zorgverleners betekent de transitie een heroriëntatie op hun rol binnen de stad Utrecht, met vanaf 2019 mogelijk een verschuiving van middelen en activiteiten. Zilveren Kruis geeft ruimte aan zorgverleners om te komen met voorstellen voor vernieuwingen in het zorgaanbod, weet Van Emmerik. “Het traject is complex en allesbehalve transparant. Belangrijk dat zorgverleners weten wat er speelt. En meedenken. Het risico bestaat dat anders de situatie escaleert, en daardoor partijen afhaken, samenwerkingsverbanden afbrokkelen en mooie initiatieven verdwijnen. Het geld moet goed verdeeld en gelabeld worden. In het belang van de zorgverleners, in het belang van de patiënt.”

 

GEZ-financiering verandert

Wat staat ons te wachten?

 

Marijke Dekker

 

De financiering van de Geïntegreerde Eerstelijnszorg (GEZ) gaat op de schop. Het moet plaatsmaken voor een nieuw bekostigingsmodel ‘Organisatie en Infrastructuur’ (O&I),dat moet leiden tot ‘betere regionale en wijkgerichte afspraken en versterking van de organisatiekracht in de eerste lijn’. Dat zegt althans zorgverzekeraar Zilveren Kruis, die in de stad Utrecht bij voorkeur wil onderhandelen met één contractant. Wie wordt die gesprekspartner? En hoe zorgen we dat de per wijk zo verschillende belangen goed behartigd worden?

Wat er precies gaat veranderen, is nog verre van helder. Zorgverzekeraars, met Zilveren Kruis voorop, willen de financiering verschuiven naar regioniveau, met bij voorkeur één gesprekspartner/contractant die het geld over de wijken verdeelt.

 

Minder GEZ-geld
De nieuwe financieringsmethode is gelijk een forse bezuinigingsronde, weet apotheker Gerrit van Ommeren van GEZ Oog in Al. “Daarbij gaat het mogelijk om een derde tot de helft minder. Dit betekent dat de koek minder wordt én door één contractant over de wijken wordt verdeeld. Bovendien is nog onduidelijk hoe het geld besteed mag worden. Zolang de voorwaarden voor verdeling en besteding van het geld niet helder zijn, is een toekomstschets maken voor de GEZ’en koffiedik kijken.”

 

De zorgverzekeraars zouden hierbij wel een ‘zachte landing’ voor ogen hebben, zegt Wietze Eizenga, voorzitter van de Huisartsen Utrecht Stad (HUS). “Ik heb begrepen dat het gaat om een korting van maximaal 5-10% per jaar.”

 

Externe adviseur
De HUS en de Utrechtse GEZ’en hebben recent samen met Zilveren Kruis recent besloten een externe partij in de arm te nemen om zich te laten begeleiden en adviseren. Aanleiding is onder meer het gebrek aan onderling vertrouwen om één of meerdere partijen de lead te laten nemen in het formuleren van een gezamenlijk aanbod, zeggen de betrokken partijen. Men hoopt op deze manier alsnog een gezamenlijk aanbod en passende governance voor contractering van de O&I per 2019 te kunnen realiseren.

 

Mediation
“Een goed idee”, zegt Stéphanie van Emmerik, coördinator GEZ Rivieren- en Dichterswijk en Oog in Al, “maar ik zou graag zien dat de externe partij ook nadrukkelijk optreedt als mediator. Het gaat om veel geld en dus macht, en om verschillende belangen, die gewogen moeten worden. Los daarvan is mediation in mijn ogen belangrijk, omdat er nu letterlijk gezegd wordt dat er sprake is van onvoldoende vertrouwen in elkaar. Dat lijkt mij toch sowieso reden om de relatie aandacht te geven. Immers, bestaande partijen moeten mogelijk hierna ook weer met elkaar door.” 

 

Stedelijke stuurgroep
Apotheker Van Ommeren reageert vooralsnog wat terughoudend op het idee om een externe partij in te schakelen. Hij wil vooral dat ook vertegenwoordigers van andere disciplines straks met de zorgverzekeraars om tafel gaan. “In de GEZ-HUS-vergaderingen zijn volgens mij vooral huisartsen en coördinatoren van GEZ’en aanwezig geweest. De achterbannen zijn hierbij niet betrokken geweest. De GEZ’en zijn multidisciplinaire samenwerkingsverbanden. Huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, psychologen en andere zorgverleners werken nauw samen om de patiënt zo optimaal mogelijke zorg te bieden. Dan moeten deze beroepsgroepen ook kunnen meepraten. Wij als apothekers hebben ons inmiddels verenigd (CAU), fysiotherapeuten (FUS) en psychologen eveneens.”

 

Hij stelt zelf voor om een stedelijke stuurgroep in het leven te roepen, waarin alle GEZ-disciplines vertegenwoordigd zijn: “De partijen die in de wijk-GEZ’en samenwerken, zouden op ook op stedelijk niveau beleid moeten formuleren. Wie bepaalt de verdeelsleutel? Wie krijgt het meeste geld? Achterstandswijken worden mogelijk op andere wijze gecompenseerd. Als een GEZ een superidee heeft voor haar wijk, krijgt ze dan meer geld? Dit soort beleid zou je mooi in een stuurgroep kunnen regelen.”

 

Kruiwagen vol kikkers
Hij weet dat er veel verschillende belangen en agenda’s zijn. “Het is een kruiwagen vol kikkers die alle kanten opspringen. Het ambitieniveau van de stuurgroep moet aanvankelijk dan ook niet te hoog zijn: eerst een structuur vinden.”

 

Meer stenen, minder zorg(programma’s)?
Van Ommeren wil verder voorkomen dat de nieuwe geldstroom onderweg aan de strijkstok blijft hangen of vooral bestemd is voor infrastructuur zoals ‘stenen en telefooncentrales’. Hij pleit voor een discussie over de besteding van het geld. “Mag geld gelabeld voor ‘organisatie en infrastructuur’ besteed worden aan het ontwikkelen van multidisciplinaire zorgprogramma’s? Ik ben bezorgd dat samenwerkingsgeld naar salarissen en infrastructuur gaat en niet naar organisatie van zorg.”

 

Praat mee!
Voor zorgverleners betekent de transitie een heroriëntatie op hun rol binnen de stad Utrecht, met vanaf 2019 mogelijk een verschuiving van middelen en activiteiten. Zilveren Kruis geeft ruimte aan zorgverleners om te komen met voorstellen voor vernieuwingen in het zorgaanbod, weet Van Emmerik. “Het traject is complex en allesbehalve transparant. Belangrijk dat zorgverleners weten wat er speelt. En meedenken. Het risico bestaat dat anders de situatie escaleert, en daardoor partijen afhaken, samenwerkingsverbanden afbrokkelen en mooie initiatieven verdwijnen. Het geld moet goed verdeeld en gelabeld worden. In het belang van de zorgverleners, in het belang van de patiënt.”

 

Econoom met zorghart

Lintje voor gepassioneerde ziekenhuisbestuurder

 

Marijke Dekker

 

Een enorme verrassing. En een erkenning voor wat hij, samen met anderen, voor de gezondheidszorg in Nederland heeft betekend. Zo ervaart Wijkenaar Chiel Huffmeijer (66) de Koninklijke onderscheiding die hij van burgemeester Pauline Krikke van Den Haag ontving. Afscheid van een bevlogen ziekenhuisbestuurder.

 

Zorg loopt als een rode draad door zijn leven. Na zijn doctoraal bedrijfseconomie (1976) begint Chiel Huffmeijer zijn loopbaan als docent. Een jaar later zegt hij het onderwijs vaarwel en stapt over naar de zorg, waaraan hij zijn hart verpandt. “Mijn toenmalige vriendin, nu mijn echtgenote, deed de opleiding tot verpleegkundige. Dat inspireerde mij om af te studeren op de organisatie van een algemeen ziekenhuis.”

Zijn entree als econoom in de zorgwereld wordt in die tijd met argusogen bekeken. Het is dan nog onontgonnen gebied en er wordt ‘niet alleen positief’ gereageerd. Nu, veertig jaar later, is hij nauwelijks weg te denken uit de zorgwereld en heeft hij tijdens zijn carrière een belangrijke stempel gedrukt op (landelijke) ontwikkelingen in de gezondheidszorg.

 

Fusies
Vanaf 1986 leidt hij als ziekenhuisbestuurder grote fusies van ziekenhuizen. Daarbij brengt hij vooral bestuurlijke stabiliteit en financiële sturing. In die beginjaren biedt hij als directievoorzitter van de gefuseerde IJsselmeerziekenhuizen John de Mol zelfs een decor voor de serie ‘Medisch Centrum West’.

 

Lelijk eendje
Het meest trots is hij op het weer gezond maken van ziekenhuis Leyenburg in Den Haag, vertelt Huffmeijer. “Dat stond er financieel slecht voor en mij werd gevraagd het tij te keren. Het lelijke eendje is een mooie zwaan geworden. Financieel gezond en gefuseerd met het Rode Kruis/Juliana Kinderziekenhuis tot HagaZiekenhuis. Een ziekenhuis waarop patiënten, bezoekers, zorgverleners en wijzelf trots zijn. Een ziekenhuis met een vernieuwend concept. Compact en flexibel. En: binnen budget gebouwd.”

 

Topklinisch
Vanaf 2013 is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van de Reinier Haga Groep, een fusie tussen de topklinische ziekenhuizen HagaZiekenhuis en het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. Na de toetreding in 2015 van het basisziekenhuis LangeLand Ziekenhuis is het de grootste ziekenhuisgroep van algemene ziekenhuizen.

Huffmeijer kiest bewust voor een bestuurlijke fusie: “We koesteren de drie ziekenhuizen. Elk met een eigen identiteit, verzorgingsgebied, profiel en expertise. Achter de voordeur zorgen we door nauwe samenwerking voor concentratie van specialistische zorg en het decentraal aanbieden van optimale basiszorg. Op die manier blijft de zorg dichtbij de patiënt.”

 

Gezondheidszorg
Bovendien heeft hij in tal van nevenfuncties veel voor de gezondheidszorg betekend. Zo is hij jarenlang actief in het bestuur van de Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ), een samenwerkingsverband van 28 ziekenhuizen, gericht op de bevordering van topklinische zorg, opleiding en (toegepast) onderzoek. Ook zorgt hij als vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) ervoor dat ziekenhuizen hun medewerkers een marktconform salaris bieden en is hij mede grondlegger van het zogeheten hoofdlijnenakkoord waarmee de kosten in de gezondheidszorg beheersbaar blijven.

 

Officier
Voor de belangrijke rol die hij in de gezondheidszorg heeft gespeeld, is Huffmeijer bij zijn afscheid benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Elmer Mulder, voorzitter Raad van Toezicht Reiner Haga Groep, bedankte hem bovendien voor zijn ‘tomeloze inzet en betrokkenheid’.

 

Warchild
Cadeausuggestie bij het afscheidssymposium was een donatie aan Warchild. Een bewuste keuze, zegt Huffmeijer. “Op tv zie ik regelmatig hartverscheurende beelden van kinderen die onder erbarmelijke omstandigheden in oorlogssituaties opgroeien. Warchild probeert de situatie van deze kinderen te verzachten.”

 

Wijk bij Duurstede
Samen met zijn echtgenote Annelies woont hij in Wijk bij Duurstede, waar ook hun zonen Michiel, Thomas en Floris opgroeiden. Een mooi stadje om te wonen, vindt hij. “Een prachtige woonomgeving. Het is er goed toeven in onze vrije tijd.”

 

Hospice
Nu hij gepensioneerd is, zal hij vaker in Wijk te vinden zijn. Maar stilzitten is er niet bij. “Aard van het beestje. Bij enkele zorginstellingen blijf ik een toezichthoudende rol vervullen en mogelijk ga ik, net als mijn echtgenote die in het bestuur zit, hand- en spandiensten leveren aan hospice Duurstede.”